This wiki has undergone a migration to Confluence found Here

InM Actiepunt 46 Meer duiding bij user defined tables (Assigning Authority)

From HL7Wiki
Jump to navigation Jump to search

Return to InM actie punten

  • Author: Alexander Henket
  • Status: Final for review

Inleiding

Oorspronkelijk stond hier twee andere moties, maar die zijn ingetrokken wegens te weinig draagkracht en duidelijkheid. Onderstaande is de nieuwe motie ter review, discussie en commentaar, maar vooral voor stemming.

Motietekst

Accepteren van de wijzigingen zoals met revisiebeheer gemarkeerd in File:02 CONTROL IG V24 NL Update 02-2007 AH AA Voorstel Assigning Authorities.doc te vinden.

Samenvatting van de wijzigingen

Op alle plaatsen waar een Hierarchical Designator (HD) datatype wordt aangeroepen dat een verwijzing naar de betreffende paragraaf 2.9.21 met tekst van deze strekking:


Subcomponents: <namespace ID (IS)> & <universal ID (ST)> & <universal ID type (ID)>

In dit veld wordt de instantie vermeld die verantwoordelijk is voor het genereren van de ID. In Nederland zijn mnemonics gedefinieerd voor bepaalde landelijke instanties, zoals Vektis, Prismant en het ministerie van Binnenlandse zaken. Deze mnemonics zijn bestemd voor gebruik in het eerste subcomponent <namespace ID> van Assigning Authority en zijn te vinden in User-defined Table 0363 - Assigning Authority. Voor andere instellingen of instanties die identificaties uitgeven, zoals bijvoorbeeld ziekenhuizen met eigen patiëntnummers, aanvraagnummers, uitslagnummers en artsunmmers zijn de volgende opties beschikbaar:

  • “LOCAL” – (niet aanbevolen) dit werkt alleen binnen een instelling. Zodra er tussen instellingen wordt gecommuniceerd zal de herkomst van een identificatie onduidelijk zijn;
  • Zelf een <namespace ID> of een <universal ID> aanvragen. Zie voor meer informatie en overwegingen de toelichting bij het datatype HD.


Bij HD zelf in paragraaf 2.9.21 staat de volledige vertaling van de tekst uit de internationale gids, waarbij de tekst naar Nederlandse voorbeelden verwijst in plaats van internationale. De belangrijkste Nederlandse toevoeging op de tekst staat in de inleidende tekst van de paragraaf:


In Nederland zijn landelijk bruikbare mnemonics gedefinieerd voor bepaalde instanties, zoals Vektis, Prismant en het ministerie van Binnenlandse zaken. Deze mnemonics zijn bestemd voor gebruik in het eerste subcomponent <namespace ID> van Assigning Authority en zijn te vinden in User-defined Table 0363 - Assigning Authority. Voor andere instellingen of instanties die identificaties uitgeven, zoals bijvoorbeeld ziekenhuizen met eigen patiëntnummers, aanvraagnummers, uitslagnummers en artsunmmers zijn de volgende opties beschikbaar:

  • “LOCAL” – (niet aanbevolen) dit werkt alleen binnen een instelling. Zodra er tussen instellingen wordt gecommuniceerd zal de herkomst van een identificatie onduidelijk zijn;
  • Zelf een <namespace ID> of een <universal ID> (voorkeur) aanvragen en gebruiken
    • <namespace ID>: gebruik het achtcijferige AGB-instellingsnummer van de instelling die de identificaties en/of codes toekent. Gebruik hier niet het UZI-registerabonneenummer, omdat deze ook achtcijferig is en tot ambigue situaties zou kunnen leiden. Voorbeeld voor Academisch Medisch Centrum, Amsterdam:
      06020702
    • <universal ID> (voorkeur): gebruik de ISO OID van de instelling die de identificaties en/of codes toekent. De gebruikte OID moet officieel zijn geregistreerd, bij voorkeur in het HL7 Nederland OID-register, ongeacht of deze OID ook bij HL7 Nederland is aangevraagd. Het is ook hier mogelijk om het AGB-instellingsnummer te gebruiken (OID 2.16.840.1.113883.2.4.6.1 gevolgd door een punt en het AGB-instellingsnummer zonder voorloopnullen), maar indien gewenst kan ook het UZI-registerabonneenummer (URA) (OID 2.16.528.1.1007.3.3 gevolgd door een punt en dan de URA zonder voorloopnullen) worden gebruikt.
      Voorbeeld voor AGB-code van Academisch Medisch Centrum, Amsterdam:
      2.16.840.1.113883.2.4.6.1.6020702
      Voorbeeld voor URA van Academisch Medisch Centrum, Amsterdam:
      2.16.528.1.1007.3.3.15993

Opmerking: De belangrijkste overwegingen bij het kiezen van de juiste <namespace ID> of <universal ID> zijn:

  • uniciteit – een “Assiging Authority” mag niet tot ambiguïteit leiden doordat een andere instelling dezelfde claimt. Het risico hierop is groter met een <namespace ID> aangezien het slechts een string is. Het gebruik van een OID maakt dat het wereldwijd eeuwigdurend uniek is. Met de afspraak om in Nederland een achtcijferig AGB-instellingsnummer te hanteren en bijvoorbeeld niet de eveneens achtcijferige URA, blijft er een risico bestaan. Dat risico is naturlijk nog groter voor berichten uit het buitenland, waar men deze afspraak uiteraard niet kent.
  • herleidbaarheid voor een ontvanger - door van tevoren de afspraken helder te hebben, is er minder afhankelijk van lokale afspraken. De ontvanger weet bijvoorbeeld wat een achtcijferige code betekent en kan een <universal ID> ook met weinig moeite herleiden.
  • lokale beperkingen – identificatie met een OID wordt, onterecht, geassocieerd met HL7v3. Er is mogelijk niet overal rekening mee gehouden dat een string van deze lengte wordt gehanteerd.
Vanwege de garantie op uniciteit en de herleidbaarheid ziet HL7 Nederland gebruik van OID’s als preferente methode en het achtcijferige AGB-instellingsnummer als alternatief indien lokale beperkingen dat vragen.

Discussie/Amendementen Motie

  • André 28-6-2011: Het blok Het is ook hier mogelijk om het AGB-instellingsnummer te gebruiken... compleet laten vervallen. Hier probeer ik al jarenlang de regels duidelijk te maken en dit is daar volledig mee in strijd. De OID van het AMC is 2.16.528.1.1006. Hiermee introduceer je juist géén eenduidigheid,. Dit is dus zeer ongewenst!
  • Alexander 2-7-2011: Dit is al hoe het op AORTA werkt en willekeurig object kan nu eenmaal meerdere identificaties hebben. Door te stellen dat het niet mag, wat ik betwijfel, probeer je volgens mij met de wal het schip te keren.